Stemadvies

Over de vele manieren waarop je je gitaar kunt stemmen

Aan het eind van de 18e eeuw evolueerde de vijfkorige barokgitaar naar de zessnarige gitaar. In enkele decennia veranderden er een aantal belangrijke eigenschappen van de gitaar, waaronder ook de stemming. Die nieuwe stemming wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt en ziet er als volgt uit:
E – A – d – g – b – e’.

Er zijn diverse manieren waarop een gitaar kan worden gestemd.
De meest eenvoudige, die hier als eerste zal worden gepresenteerd, is door op twee naast elkaar liggende snaren twee tonen van gelijke hoogte met elkaar te vergelijken:

Stemmen met positiespel

Voordat we kunnen gaan stemmen moeten we eerst een snaar op de juiste toonhoogte brengen. We gebruiken doorvoor de toon a’ op 440 Hz. Deze vindt je op een stemvork, een elektronische metronoom of stemapparaat. Deze toon geeft aan welke hoogte de toon op snaar 1 in de Ve positie dient te hebben.

snaar 1, positie V      =    Stemvork (A=440)
snaar 2, positie V      =    snaar 1 (open)    vergelijking van twee tonen e’
snaar 3, positie IV    =    snaar 2 (open)    vergelijking van twee tonen b
snaar 4, positie V      =    snaar 3 (open)    vergelijking van twee tonen g
snaar 5, positie V      =    snaar 4 (open)    vergelijking van twee tonen d
snaar 6, positie V      =    snaar 5 (open)    vergelijking van twee tonen A

Als de twee tonen die je met elkaar vergelijkt erg van elkaar verschillen, dan hoor je dat direct en kun je snaar die gestemd moet worden strakker of losser maken om zodoende de twee tonen dichter bij elkaar te brengen. Als het verschil tussen de twee tonen erg klein is dan manifesteert deze zich als een zogenaamde ‘zweving’. Die zweving heeft een bepaalde snelheid (golflengte) en een bepaalde uitslag (amplitude). Naarmate de twee tonen dichter bij elkaar liggen wordt de zweving trager en haar amplitude kleiner (vlakker). Als je in de vergelijking van de twee tonen geen zweving meer hoort, dan zijn ze gelijk.
Stem de snaar welke gestemd moet worden altijd van onder af op de snaar die al gestemd is. De zogeheten streeftoon ligt dus altijd boven de toon van de snaar die gestemd moet worden. Is deze toon hoger, laat dan eerst de snaar die gestemd moet worden een stukje zakken; en dan van onder af weer omhoog.

Een vorm van stemmen die veel wordt gebruikt door al meer gevorderde gitaristen is deze:

Stemmen met flageoletten

Voordat we kunnen gaan stemmen moeten we eerst een snaar op de juiste toonhoogte brengen. We gebruiken doorvoor de toon a’ op 440 Hz. Deze vindt je op een stemvork, een elektronische metronoom of stemapparaat. We stemmen op deze toon de 5e snaar door haar daar te vergelijken met de flageolet in de Ve positie.

snaar 5, positie V har.     =    Stemvork (A=440)
snaar 6, positie V har.     =    snaar 5 VII har.   vergelijking van twee tonen e’
snaar 4, positie VII har.  =    snaar 5 V har.   vergelijking van twee tonen a
snaar 3, positie VII har.  =    snaar 4 V har.   vergelijking van twee tonen d
snaar 2, open                    =    snaar 6 VII har.   vergelijking van twee tonen b
snaar 1, open                     =    snaar 5 VII har.   vergelijking van twee tonen e’

(har. is de afkorting van harmonic, het Engelse woord voor flageolet)

Met flageoletten kan zuiverder worden gestemd dan met het positiespel.
Dat heeft diverse redenen:
1. De zesde, de vierde en de eerste snaar worden direct op snaar vijf, als bron gestemd. De derde snaar wordt gestemd op snaar vier, en de tweede op snaar zes. Bij het stemmen met positiespel stem je snaar twee op snaar een. Snaar drie op twee, snaar vier op drie, etc… Hierdoor raak je steeds verder verwijderd van de bron is is de kans op afwijkingen ook groter.
2. Een flageolet laat een zuivere boventoon horen, hetgeen een exactere klank is dan een ‘gewone’ toon met boventonen.
3. Als je twee flageoletten hebt gespeeld kun je met je linkerhand bijstemmen, terwijl je luistert naar het resultaat. Je heb je linkerhand namelijk niet nodig om een snaar ingedrukt te houden.